Winters marathon avontuur in Apeldoorn

Eind 2012 werden de plannen gesmeed. Na een lange hardlooponderbreking met als resultaat een prachtige dochter begon het langzaam weer te kriebelen. Zal ik weer aan een marathon avontuur gaan beginnen? Het trainen ging goed, ik had er genoeg plezier in dus waarom dan niet?! Trainer Rob (Veer) zei gelijk: Doen! Trainer Marijn verklaarde me voor gek; “waarom nu die koude, eenzame marathon met al die heuvels??” Ja , waarom?

Met die Midwintermarathon had ik nog een appeltje te schillen. In 2010 stond ik daar voor het laatst aan de start en moest ik na 30km de strijd kotsmisselijk staken. Kortom: tijd voor revanche!

In november werden langzaam de kilometers al wat opgevoerd. De lange duurlopen kwamen er weer bij en in december begon het op een echt marathonschema te lijken. De 32-kilometers kondigden zich aan. Ieder weekend opnieuw en het ging goed. In januari volgden de langste weken met een 35 km (deze was een 32km die wat uitschoot….) en een 34 km, die laatste incl. 15 kilometermarathon tempo. Het beoogde marathontempo was al in december bepaald door Rob op 4.20 de kilometer. Ik weet nog goed dat ik hem toen uitlachte met de woorden: “dat haal ik nooit!”

Ik besloot die training van 34 km te gaan lopen in Apeldoorn op het parcours van de Midwintermarathon, een beetje verkennen zeg maar. Op een koude zaterdagochtend reed ik ernaar toe met een uitgeprinte versie, wat drinken en twee gelletjes in mijn achterzakje. De training ging uitstekend, maar die nare heuveltjes was ik vergeten. Oei, die klim op de Amersfoortseweg is ook niet fijn. De tweede keer de Soerenseweg op deed ronduit pijn… Dit wordt nog wat, dacht ik, misschien moest ik mijn verwachtingen maar wat bijstellen.

De dag van de marathon vroeg op weg. De avond van te voren genoten van mijn geheime receptuur: pannenkoeken met stroop en twee portjes voor het slapen gaan. Ik voelde me goed.

Ik kon me relaxt omkleden in de speciale vip-ruimte in Orpheus. Tja, in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar zijn soms wel handig. Om 12.00 gingen we van start met een prima temperatuurtje voor mij; 4 graden en een beetje wind.

Mijn streven was om de eerste 10km langzaam te starten, op gang te komen en het dan maar zo lang mogelijk vol te houden. De eerste kilometer gelijk te snel, rem erop! De eerste 15km was ronduit genieten. Ik kon relaxt lopen en dit was een prachtig stukje bos en hei met mooie vergezichten. Op de klokken 1 uur en 5min. We draaiden de Amersfoortseweg op. Oja, deze kende ik nog wel. Op ritme en reserve maar omhoog. Het halve marathonpunt volgde in 1.32.20. Ik was nog fris en precies goed! Volhouden zo maar. Na 27km gingen de lopers van de Asselronde rechtdoor richting finish, wij mochten nog een rondje. De heer waar ik tot dusver mee gelopen had wenste me veel succes en er volgde een opgestoken duim. Hier kon ik het mee doen, alleen kon ik verder en nu zou de marathon pas echt beginnen.

Manlief zou op 28km staan met een bidonnetje “special power” en wat bemoedigende woorden. Hij stond precies goed. De roosvicee van mijn dochter deed wonderen en ik nam even de tijd om op te laden. Het zou immers tot km 32 alleen maar omhoog gaan. Ik startte mijn klim en wonderwel had ik een lekker ritme te pakken en kon ik aardig de gang erin houden. Op 30km zag ik Ilonka van den Hengel in de rug. Ik had deze snelle Nijkerkse bij de start succes gewenst in de veronderstelling haar niet meer terug te zien. Ik liep snel op haar in en dan rest nog maar een ding; erop en erover. We wensten elkaar nog succes en ik kreeg de boodschap mee: “pak die Tsjechische!”. Ah, zo’n 100meter verderop zag ik inderdaad een van de Tsjechische dames opdoemen. Nou dat werkte behoorlijk motiverend! Kleine vleugeltjes begonnen op mijn rug te groeien. Op 34km was het de laatste klim en nog maar een keer erop en erover, ik haalde haar in en de vleugeltjes werden groter. Vanaf hier zou het grotendeels naar beneden gaan. Ik had nog maar een gedachte: het gas erop, zo hard mogelijk rennen!

Wat zie ik nu? Een oranje shirtje. Good-old Hans van Dijk liep daar. Ik heb diep respect voor onze master maar ook hier gold: erop en erover! Alhoewel ik het Hans niet kwalijk had genomen wanneer hij had aangehaakt…

Op km 38 doemde er nog een dame op, zou het lukken? Wederom erop en erover en zo hard lopen als mijn benen nog wilden. De kilometers tussen 35 en 40 legde ik af in 20.39, het snelste van de hele wedstrijd. Bij 40km was het afdalen zo goed als afgelopen en mijn benen begonnen inmiddels aardig te protesteren. Nog maar 2km, dat is maar 5 rondjes op de baan. In mijn hoofd legde ik de rondjes af. De Loolaan is 800 meter lang, dat is maar twee rondjes. Maar oei, wat duurde deze twee rondjes lang. Daar is de finish. Ik finishte als 4e dame in 3 uur 3 minuten en 30 seconden. Een gemiddelde van 4.20 de kilometer… dat redde ik nooit? Dus toch wel! Superblij ben ik met dit resultaat en nu drie dagen later de spierpijn begint af te nemen, heb ik stiekem al weer een blik geworpen in de marathonkalender…

Melanie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *